Advaita

Nicky  – over Advaita als ‘de weg naar Stilte’

Advaita heeft eigenlijk werkelijk geen enkele vooropgestelde route, het is namelijk in wezen zowel de weg als het eindstation. Deze wezenlijke en levende stilte is alleen direct te herkennen, ondanks dat men het toch als een lange zoektocht kan ervaren.

Advaita is het ‘ontwaken in zijn’ dat spontaan ontstaat wanneer de scheiding wegvalt tussen de ziener en het geziene, de waarnemer en het waargenomene. Het ontstaat wanneer degene die aanschouwt volledig integreert met dat wat wordt aanschouwd, of te wel, wanneer je één wordt, samenvalt, met de situatie waarin je je bevindt. Volledige synchroniciteit met hier en nu. En dat is tegelijkertijd absolute vrijheid. Zonder enige scheiding tussen jou en ‘al het andere’ ben je volledig vrij, er zit niets tussen jou en het leven, je wordt nergens door geleid, je bent volledig aanwezig. Er is gewoonweg niets anders dan Nu. Je bent er, zonder enige neiging tot ontkenning of vermijding ervan of de wens er iets aan te veranderen. Volledig weerstandsloos, in volledige overgave, waardoor je vanzelf in natuurlijke mee-beweging komt met dat wat er wordt aangeboden. Het leven zelf. Dat is Advaita, de levende ervaring van bewustzijn.

Welkom in advaita. Het eindstation. De stilte zelf.

Je bent -nog- onderweg naar de stilte wanneer je een diep innerlijk verlangen ervaart om jezelf te leren kennen, om jezelf te vinden, en om in eenheid te komen met jouw omgeving, met de ander, met het leven. Je wilt zoeken en onderzoeken. Maar hoe? Wat kun je doen? Hoe kom je in Advaita? Hoe kom je terug in de stilte die je wezenlijk bent?

Geen-Tweeheid ontstaat niet door iets wat we doen, en het is dan ook niet iets wat bereikt kan worden, gewoonweg omdat het er al is. Het is het punt van waar je bent vertrokken en het is tevens het punt waarnaar je verlangt om weer terug te keren. Thuis.

In werkelijkheid ben je al thuis, maar thuis is verhuld met een droom over thuis, waardoor het lijkt alsof jij er -nog- niet bent. En omdat je de droom gelooft en juist daarmee levend houdt, blijft je verlangen onvervuld. Het verlangen creëert de droom en de droom creëert het verlangen. Een vicieuze cirkel, zoals een hondje dat maar achter z’n eigen staart aanrent, hoe harder hij rent, de staart is hem steeds te vlug af! Zo blijf je van de ene droom in de volgende belanden, waar maar moeilijk uit te komen is, althans, als je steeds hetzelfde probeert, namelijk iets doen. Dus, stop even. Stop even met doen. Stop met dromen. Blijf hier. Je vertrok vanuit hier en nu met het creëren van een droom, en je keert terug door de droom niet te continueren. Stop dus, en blijf. Elke beweging is het starten van een droom, elke vorm van inzet laat je opnieuw verdwijnen in een droom, en bevestigt jouw ervaring van afgescheidenheid. Het goede nieuws is, je hoeft ook echt helemaal niets te doen. Je kunt gewoon ontspannen. En vanuit die ontspanning kun je de droom (door)zien.

Je kunt de droom (door)zien. Je bent er namelijk altijd bij wanneer er een droom ontstaat. Je staat er bij wijze van spreken recht voor. Het vindt plaats in jouw aanwezigheid. Je kunt een droom zien ontstaan als je er maar bij blijft. Zodra je de droom kan zien ontstaan, zonder er in mee te gaan, blijf je in de aanwezigheid die er al is. Je doorziet de droom door de impuls te zien die de droom veroorzaakt. Er is namelijk kennelijk een zekere noodzaak, of in ieder geval een zeker geloof in deze noodzaak, tot het creëren van een droom, en om die droom vervolgens over de werkelijkheid heen te leggen. Er is dus een zekere aandrang om de waarheid te verhullen met een droom over de waarheid. De waarheid kunnen we niet aan, in ieder geval geloven we dat, en dat veroorzaakt de urgentie om de waarheid, zoals die is, te ontkennen, te vermijden of te veranderen. Er wordt iets anders van gemaakt. Dit is het moment dat er iets er bij komt. Hier wordt de 2 gecreëerd! Dus, vanaf het moment dat er een droom wordt gecreëerd, is er sprake van twee. Er is De Werkelijkheid, en er is de droom over de werkelijkheid. Tweeheid. En dat is tegelijkertijd het moment dat er een ‘ik’ wordt geboren. Elk moment opnieuw. Elke keer wanneer er een droom over de werkelijkheid wordt gecreëerd, wordt er een ik geboren. De ik is degene die deze droomwerkelijkheid claimt, want deze waarheid is zijn of haar persoonlijke waarheid. Dus met het creëren van tweeheid, door het creëren van een droom over de werkelijkheid, ontstaat er ook direct iemand in de droom, en dat ben ik!  

Zonder droom, is er geen ik.

Wanneer de droom wordt gezien, waardoor het nut van de droom wegvalt, namelijk jou mee te nemen, zal de bijbehorende ik oplossen, vanzelf, direct. Want er was niemand om mee te beginnen. Dat was de illusie. Met het doorzien van de droom wordt de ik die met de droom in stand wordt gehouden tenietgedaan. Dit is overigens absoluut geen slepende kwestie, en het is ook geen ontwikkeling, of pad, waarlangs je alle ikken zal dienen te vernietigen, die daarna voor altijd wegblijven. Wat je wel kunt ontwikkelen is een -blijvende- waarnemende houding ten opzichte van elke ik die per moment zou kunnen opstaan om een zekere waarheid te claimen. Je kunt een waarnemende openheid ontwikkelen, waarin je bereid bent om elk moment opnieuw jouw positie op te geven en je over te geven aan dat wat er is, zonder enige houvast aan ‘iets’ dat de waarheid zou moeten zijn.

Dat er een droom ontstaat, en dat jij deze lijkt te creëren is overigens niets ernstigs. De werkelijkheid gaat er niet van kapot, die verdwijnt nooit. Die is dan ook nog steeds aanwezig, en oneindig op voorraad om alsnog gezien te worden. Ook zal alles wat zich voltrekt gewoon plaatsvinden. Dit staat namelijk volledig los van jouw regie, en ook los van jouw heldere dan wel vertroebelde blik erop. Alles gebeurt in volledige afgestemdheid, of jij er nu kennis van neemt of middels een droom beleeft. Dus maak je er geen zorgen over, straf jezelf niet, voel je niet schuldig. Je hebt niets verkeerds gedaan. De noodzaak, de absolute urgentie die ervaren wordt van waaruit de droom wordt opgestart is ook zo overtuigend, dat je werkelijk geen -andere- keuze lijkt te hebben. De neiging is zo sterk, en voelt zo noodzakelijk. Het lijkt je soms gewoon kapot te maken als je niet aan de neiging gehoor zal geven.

Nu dan, deze noodzaak verdient onze aandacht. Het is deze noodzaak die ons onderzoek verdient. Zelfonderzoek. Zelfonderzoek staat in het teken van het ontwikkelen van een helder onderscheidingsvermogen zodat we het verschil tussen droom en werkelijkheid kunnen gaan herkennen. We gaan leren onderscheid te maken tussen de werkelijkheid en onze ‘persoonlijke waarheid’ over de werkelijkheid. Vervolgens leren we hoe we deze ‘persoonlijke waarheid’ kunnen zien voor wat het is, een droom, waardoor het zijn bestaansrecht verliest, namelijk jouw geloof erin, jouw gehechtheid eraan, waardoor het direct weg kan vallen en de volledige werkelijkheid van elke situatie zichtbaar wordt. Wanneer alles volledig aanschouwelijk wordt zul je er spontaan mee samenvallen, en in opgaan, zoals een druppel in de zee.

Om dit zelfonderzoek mogelijk te maken is er slechts één voorwaarde waar je aan dient te voldoen. Zelfonderzoek is alleen mogelijk wanneer je geen enkele waarheid bezit. Wanneer je geen enkele positie in wilt nemen, behalve die, die je in elk moment gegeven wordt.

Deze niet-reactieve, maar juist volledige onwetende open houding is een zeer waardevolle oefening en zal een zekere discipline van je vergen. Het is nu precies deze discipline, ik noem het ‘bereidheid tot overgave’, die je nodig hebt om tot zelfrealisatie te komen.

Om tot zelfrealisatie te komen gaat het er namelijk om jouw specifieke persoonlijke waarheid te doorvoelen en dat gebeurt niet wanneer je jouw ervaring ‘buiten’ je projecteert. Je kunt het slechts ervaren als je in stilte bent en voelt. Daar zit namelijk de droom verscholen. Daar zit ‘iemand’ te dromen. Zodra je het persoonlijke verhaal volgzaam bent – en dus reageert, ben je weg. Alleen in aanwezigheid kun je de droom gewaarworden. Binnen in de droom is niets te zien.

Dus om dat wat jij weet elke keer opnieuw buiten beschouwing te laten, terwijl er allerlei gevoelens en gedachten opstaan die je dwingen om er juist wat aan of mee te doen, is de allerbelangrijkste oefening die je kan doen om tot zelfrealisatie te komen. Ik noem dit ‘het grote niet-doen’. Want je blijft in beweegloze stilte, en gaat daarmee in tegen alles wat het lichaam voelt, en alles wat de denkgeest oppert. Dit brengt nogal wat teweeg. Wees bereid om (dat) te ervaren.

Ja, dus hoe voelt het om het ergens niet mee eens te zijn? Hoe voelt het om jouw waarheid aangevallen te zien worden, en dit niet te verdedigen? Neem het aan. Wil het! Wil deze ervaring. Wil het voelen. Alles wat er opkomt, en alles wat er is. Alles. Niet alleen nu, maar altijd. Steeds weer. Onvermoeibaar. Dat is -meditatief- aanwezig zijn. Dat is meditatie pur sang, gewoonweg zoals het bedoeld is. Volledig de toegang verlenen aan dat wat er nu is. Alles wat er is. Zonder enige tegenbeweging. Laat het toe. Laat het thuiskomen.

Wie komt er in de stilte?

Bewustzijn wil thuiskomen in jou. Het wil jou. Jij bent de gezochte. Jij was het altijd al. Jij bent het einde van de zoektocht. Jij bent ‘thuis’. Tot die tijd, tot het moment dat jij de volledige toegang verleent zal het geduldig aan blijven kloppen. Dit wordt ervaren, dit wordt gevoeld als een innerlijke aandrang om te gaan mediteren, om te zoeken naar jezelf. Om te onderzoeken. Om onderweg te zijn. Jij geeft daarmee gehoor aan de impuls om in stilte te komen, terwijl het bewustzijn is dat thuis wil komen in jou. Jij hoeft alleen maar beschikbaar te zijn. Wanneer jij je realiseert dat het niet jij is, al die tijd, maar jouw aanwezigheid, dat nodig is voor Bewust Zijn, zul je volledig bereid zijn om jouw aanwezigheid te schenken aan elk moment. Het lijf wordt de tempel, de denkgeest wordt onderdaan van bewustzijn. Daar zit volledige dienstbaarheid. Daar zit volledige overgave aan bewustzijn, daar zit zelfrealisatie, van waaruit elke beweging kan worden aanschouwd.

Wat als jij DAT bent?