Jullie moeten het zelf doen

Interview door Karel Wellinghoff 

Voor het boek: JULLIE MOETEN HET ZELF DOEN! ~ Karel Wellinghoff 

ISBN: 9789461538161 ~ 286 pagina’s. 

Verschijningsdatum: oktober 2015 ~ Prijs: €18.95

1- Kun je het moment beschrijven waarin het kwartje in je is gevallen? Voor het gemak zullen we dat moment – als het een moment was – maar ‘verlichting’ noemen. Heel graag in enkele zinnen.

Het was in mei 2005, nadat ik in een bepaalde situatie volledig uit mijn slof geschoten was, zó ‘buiten mijzelf’ was geraakt, en daar dan zodanig van onder de indruk was geraakt, dat ik mij wel af moest vragen hoe erg de situatie nou werkelijk was. “Waar was ik nu werkelijk boos over?” Was mijn reactie wel in overeenstemming met de situatie? Het was zo duidelijk overdaad. Op een gegeven moment zei ik tegen mijzelf: “Zie je dit, of denk je dit te zien?”, en vervolgens “Hoe ziet het er dan uit als ik er niet bij ben?” En plotseling zag ik het. Ik zag dat alleen ik de situatie zag zoals ik het beleefde. Ik maakte maar wat (in mijn hoofd). Ik was dat. Ik deed dat. Ik had helemaal niets werkelijk gezien! En direct begreep ik, dat ik nog nooit eerder iets of iemand werkelijk had gezien. Maar nu wel.. want ik was ertussenuit. Alles was helder. Er stond niets meer tussen. En dat was het begin, ik was ontwaakt. Plotseling, zonder waarschuwing, zonder beschrijving, maar wel in 1 keer duidelijk .. en onomkeerbaar.

2- Kun je aangeven wat zich precies als blijvend in jou heeft gevestigd na jouw ‘doorbraak’? Dus wat aan geen veranderingen onderhevig is maar er altijd is?

Het werd in 1 keer helder, dat wat ik ben. Dat is wat overblijft. Vóór al het andere, vóór alles ben ik. Al het andere is daarna. Is aftermath. Is droom. Creatie. In één keer ontdaan van de illusie dat je ook maar iets anders zou kunnen zijn dan bewustzijn zelf. Vervolgens is er slechts dienstbaar zijn aan dat! De ruimte zijn, beschikbaar zijn aan Bewustzijn, aan het Leven. En dat betekent, niet langer gehoorzamen aan impulsen vanuit het lichaam of denken (doen), die te pas en te onpas op kunnen komen, maar blijven waar je bent, HIER en NU. Innerlijke overgave aan het moment. NU en nu ook. Op het moment dat er overgave is, ben je (er). Je leeft!

3- Wat is het kenmerk van ‘verlichting’?

Geen enkele, het gaat voor alle kenmerken uit omdat het de ontstaansbodem is voor alles, voor alle dingen, voor alle kenmerken. Leeg, volledig.

4- Waarom geef je satsangs?

Het is vrij natuurlijk ontstaan. Eind maart 2014 kwam mijn boek uit en toen heb ik ter promotie (in april en mei 2014) twee lezingen in mijn directe omgeving georganiseerd. Tijdens deze lezingen werden ze door het publiek eigenlijk al satsangs genoemd. Na die eerste twee bomvolle lezingen, was er nog genoeg animo over voor meer. Vanaf dat moment waren het eigenlijk vanzelf dus al ‘satsangs’, en ben ik het zelf ook zo gaan en blijven noemen. Het is daarna een eigen leven gaan leiden. Ik geniet volop mee.

5- Hoe moet je je niet hechten aan hetgeen voorbijgaat?

Door het te zien en erbij te blijven. Het zien komen en gaan. Onaangeraakt ben je. Wanneer je innerlijk diep doordrongen raakt van het besef dat ‘dat wat voorbij gaat’ jou niet kent, geen enkele weet heeft van jouw bestaan. Wat heb jij er dan nog mee? Het kent jou niet, en heeft niets met je. Het wil ook niets van je. Het is maar een droom. Wanneer je de droom ziet voor wat het is, volledig los van jou, valt de gehechtheid (jouw geloof erin) direct weg.

6- Zijn er (nog) dingen die je irriteren, die je heel erg storen? Indien zo, welke?

Irritante en storende dingen zijn er gewoon. Het leven is wel zo levendig en onthoudt ook mij van niets. Ik zie het wel, maar ik stoor mij er niet zo veel aan. Het blijft niet ‘hangen’ en er gaan geen gedachten overheen.

7- Wat valt je het meeste op als je kennisneemt van het wereldnieuws?

Hoe overal hetzelfde nieuws ontstaat. En dat het nieuws zich steeds herhaalt in de tijd.

8- Denk je dat een verlicht iemand een taak heeft in de wereld? Indien zo, welke?

Ik denk dat iedereen zijn eigen leven als taak heeft. Wat die taak van je verlangt is: overgave.

9- Over het ‘hier-en-nu’ waarnaar door veel leraren wordt verwezen: in een cartoon van Kamagurka is een sardonisch grijnzend mannetje te zien. De tekst onder het plaatje luidt: ‘Ha, ha, als ik ‘nu’ zeg is het alweer voorbij.’ Het ‘hier en nu’ van Zen, Advaita, Tolle, etc. doelt zeker niet op dit vluchtige moment. Waarop dan wel?

Waarom niet? Dit vluchtige moment is wel alles wat je hebt! Nu is de ontstaansbodem van alles. Wanneer je Nu wilt kennen, kun je dat alleen doen in een voorstelling van nu (een woord, een idee, een ervaring, een droom, etc). Maar dat is niet Nu zelf. Je bent er al aan voorbij. Dus laat alles (wat je kent) los, je leeft. Wie je wezenlijk bent IS NU. Dat kun je benoemen, je kunt alles doen wat je wilt, maar alles wat je doet is slechts een aftreksel ervan. Want nu IS NU: De levende ervaring van bewustzijn. En dat laat zich niet vangen. Het is het onnoembare, de ongrond. Dat wat alles voorafgaat. Een mooi woord voor nu is dan ook: Pre-sence (vóór de zintuigen). Dus dat sardonisch grijzende mannetje heeft gewoon gelijk!

10- Het diepste inzicht is misschien wel de vaststelling dat alles illusie is; niet alleen wat wij denken, voelen en doen, maar deze hele stoffelijke wereld. Toch hebben mensen als Blavatski, Steiner en anderen de hele innerlijke kosmos uitvoerig beschreven. Hun overkoepelende visie lijkt een diep waarheidsgehalte te hebben. Zijn dat volgens jou werkelijkheden van een ‘hoger illusoir niveau’, dus uiteindelijk niet waar?

Ik zou willen zeggen: Alles is waar! Niets uitgesloten. Het hoort er allemaal bij. Prachtig, magisch en ongelooflijk levendig. Twijfel daar niet aan. Alles is waar! En alles ontspruit vanuit een geheel ‘eigen’ bewustzijnsniveau, of zo je wilt, creatieniveau. (bewustzijnsdimensie). Maar, de hoogste waarheid, is dat van waaruit dat alles kan ontstaan. Dus bewustzijn is ‘de gulle schenker’ van waaruit alle waarheden geboren worden en ook weer in zullen sterven. Het is het enige wat absoluut is. Strikt genomen is al het andere niet absoluut en daarom ‘de belichaming’ van bewustzijn. Bewustzijn kent een oneindigheid aan lichamen: vormen.